Het (verplichte) alcoholslot

Crimilex : advies op maat

|

Sinds 1 juli 2018 zijn rechtbanken verplicht een alcoholslot op te leggen wanneer zij bestuurders voor zich krijgen die werden betrapt met minstens 1,8 promille (0,78 mg/l uitgeademde alveolaire lucht) in het bloed. Bij recidive werd de grens verlaagd naar 1,2 promille (0,5 mg/l uitgeademde alveolaire lucht) zonder dat hiervan kan afgeweken worden.

Voor de veroordeelde houdt het opleggen van een alcoholslot concreet in dat zijn rijbewijs enkel nog geldig kan gebruikt worden voor het rijden met motorvoertuigen die zijn uitgerust met een dergelijk slot. Op zijn rijbewijs wordt de code 69 aangebracht.

De situatie voor 1 juli 2018


In het oude systeem was de politierechter vrij om al dan niet een alcoholslot op te leggen. In de praktijk bleek evenwel dat weinig rechters van deze mogelijkheid gebruik maakten en amper kozen voor het opleggen van een slot. Bovendien was het omkaderingsprogramma te zwaar en stond een en ander nog niet op punt. Sinds 1 juli 2018 is daar dus verandering in gekomen...

Facultatief alcoholslot


In de volgende gevallen kan de politierechter een alcoholslot opleggen, maar is hij het niet verplicht :

  • hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl de ademanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een alcoholconcentratie van ten minste 0,8 gram per liter bloed aangeeft;

  • hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, gedurende de tijd dat dit hem krachtens artikel 60 verboden is;

  • hij die geweigerd heeft zich te onderwerpen aan de ademtest of aan de ademanalyse, bedoeld in de artikelen 59 en 60, of, zonder wettige reden, geweigerd heeft de bloedproef bedoeld in artikel 63, § 1, 1° en 2° te laten nemen;

  • hij die het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs waarvan hij houder is, in de gevallen bedoeld in artikel 61, niet heeft afgegeven, of het ingehouden voertuig of rijdier heeft bestuurd.

  • hij die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl hij in staat van dronkenschap verkeert.

  • hij die, na een veroordeling met toepassing van artikel 34, §2 of artikel 35 of artikel 37bis, § 1, een van deze bepalingen binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan opnieuw overtreedt.

In deze gevallen kan een alcoholslot worden opgelegd voor een periode van ten minste 1 jaar en ten hoogste 3 jaar en zelfs levenslang.

Verplicht alcoholslot


Een slot moet evenwel verplicht worden opgelegd bij feiten waarbij de bestuurder minstens 1,8 promille in het bloed heeft. Wanneer het evenwel om een eerste overtreding gaat, kan de rechter beslissen toch geen slot op te leggen, maar in dat geval moet hij uitdrukkelijk motiveren in het vonniss waarom hij afwijkt van de wettelijke verplichting.

Bij recidive kan de rechter in geen geval nog afwijken van het verplichte slot en bovendien wordt de minimumgrens terug gebracht naar een alcoholinname van tenminste 1,2 promille. Bij recidive zal bovendien altijd een rijverbod van ten minste 3 maanden moeten opgelegd worden evenals de verplichting om aan de 4 herstelexamens (theoretisch examen, praktisch examen, geneeskundig onderzoek, psychologisch onderzoek) deel te nemen alvorens het rijbewijs kan worden terug gevraagd.

Omkaderingswet


De veroordeelde zal tijdens de opgelegde periode moeten voldoen aan de voorwaarden uit de zogenaamde omkaderingswet zoals voorzien in artikel 61quinquies, § 3.

De voorwaarden uit de omkaderingswet zijn de volgende :

  • het volgen van een opleiding en begeleiding bij een erkende omkaderingsinstelling
  • op het rijbewijs de code 69 laten aanbrengen voor het rijden met een alcoholslot
  • de verplichting tot het laten installeren van het slot in elk voertuig dat hij wenst te besturen
  • het periodiek laten downloaden van de de gegevens uit het alcoholslot door een erkend centrum
  • het niet omzeilen van het alcoholsysteem

Niet voor alle categorieën voertuigen


Wanneer de rechter een alcolholslot oplegt kan hij bepalen dat bepaalde categorieën van voertuigen worden vrijgesteld. Met name voor beroepschauffeurs biedt dit een uitweg om alsnog gewoon met hun vrachtwagen te kunnen blijven rijden, terwijl ze voor het rijden met hun eigen personenwagen wel gebonden zijn aan een alcoholslot. Hier gelden dus eigenlijk dezelfde regels die ook kunnen toegepast worden bij het opleggen van een rijverbod.

Kosten


Bij een alcoholslot zullen de kosten van de installatie en van het omkaderingsprogramme integraal moeten gedragen worden door de veroordeelde zelf. Het is evenwel gebruikelijk dat de geldboete die wordt opgelegd samen met het slot in mindering kan worden gebracht van de te maken kosten voor de installatie en het omkaderingsprogramma. De veroordeelde zal de gemaakte kosten moeten aantonen en overmaken aan de bevoegde administratie die deze dan in rekening zal brengen. Kunnen de gemaakte kosten niet worden aangetoond, dan zal ook de boete volledig moeten betaald worden.

Wat als men het alcoholslot niet wenst te installeren


Het is niet ondenkbeeldig dat de veroordeelde, omwille van de hoge installiekosten (tussen de 3.000 en 6.000 euro) ervoor zou opteren om het slot niet te laten installeren. In dat geval geldt de facto een rijverbod voor de periode waarbinnen men in principe enkel met een slot mag rijden. Nadien dient dan nog het bijkomend opgelegde rijverbod worden uitgezeten waarna men dan eerst in de 4 herstelexamens dient te slagen alvorens opnieuw een motorvoertuig mag worden bestuurd.

Pittig detail : deze regels zijn niet enkel toepasselijk op autobestuurders, maar ook op fietsers...

Nog vragen ?


Image
Crimilex strafrechtadvocaten bvba

Broedersstraat 4
2300 Turnhout
BE05 63397 6211

© 2018 Crimilex Strafrechtadvocaten