Omzendbrief over de Kraakwet licht wet verder toe

Crimilex : advies op maat

Bron : OVB - Orde Express - 25 april 2019 | 14 de jaargang | nummer 8 | |

Het college van procureurs-generaal bracht op 4 april 2019 een omzendbrief uit met betrekking tot het opsporings- en vervolgingsbeleid inzake kraken. Ze trad ook op diezelfde dag in werking. Met de omzendbrief wil het College het nieuwe wettelijke kader, de doelstellingen van de wetgever en het te volgen strafrechtelijk beleid toelichten. Lees hieronder de voornaamste zaken.

De Kraakwet


De wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed (de Kraakwet) stelt kraken van zowel een bewoond als onbewoond pand strafbaar, respectievelijk door de wijziging van artikel 439 Sw. en de invoeging van artikel 442/1 Sw.

De gewijzigde artikelen 594 en 627 Ger.W. voeren een nieuwe burgerlijke procedure in die de klager de mogelijkheid biedt de vrederechter te verzoeken om een vordering tot uithuiszetting in te stellen. De Procureur des Konings beschikt ook zelf over de mogelijkheid om onder bepaalde voorwaarden een bevel tot ontruiming af te leveren.

Met een omzendbrief wil het College het nieuwe wettelijke kader, de doelstellingen van de wetgever en het te volgen strafrechtelijk beleid toelichten.

Bewoonde panden: art. 439 Sw.


De wet voorziet in een zwaardere strafmaat voor het kraken van bewoonde dan voor onbewoonde panden. Dat wordt gerechtvaardigd omdat woonstschennis een directe impact kan hebben op een slachtoffer.

Hoewel artikel 439 Sw. spreekt van de illegale bezetting van bewoonde goederen, is het niet vereist dat de woongelegenheid permanent en daadwerkelijk betrokken is. Het heeft in de praktijk betrekking op een reëel en gewoonlijk gebruik, ongeacht of dat tijdelijk of onregelmatig is. De nieuwe strafbaarstelling heeft ook niet uitsluitend betrekking op de woonplaats. Ze kan slaan op zowel onroerende als roerende goederen die voor bewoning kunnen dienen.

Zonder de constitutieve bestanddelen van de traditionele woonstschennis is het louter betreden van een bewoond goed overdag en zonder de toestemming van de bewoners niet strafbaar.

Door de uitbreiding van het toepassingsgebied van art. 439 Sw. zal de politie na een oproep wel degelijk ter plaatse kunnen komen, binnengaan, vaststellingen doen en de personen die ze er aantreffen verwijderen. Bewoonde panden moeten op staande voet ontruimd worden.

Bij een inbreuk op het nieuwe art. 439 Sw. zal de Lokale Politie overgaan tot de identificatie, de aanhouding en het verhoor van de in het pand aanwezige meerderjarigen. Dat gebeurt in overeenstemming met de Salduz-wetgeving (Salduz IV).

Art. 439 Sw. is geen klachtmisdrijf. Het betreft een inbreuk waartegen moet kunnen worden opgetreden vanuit het algemeen belang en die ambtshalve moet kunnen worden voortgezet.

Noch huurgeschillen, noch familiale geschillen vallen onder het toepassingsgebied van deze wet. Art. 439 Sw. zal dus niet gebruikt kunnen worden wanneer huurders na afloop van hun contract in een goed blijven wonen of wanneer de ene partner wil dat de andere vertrekt uit het huis waarin ze samenwonen.

Onbewoonde panden: art. 442/1 Sw.


In een onbewoond goed in de zin van art.442/1 Sw. woont niemand officieel en zijn er geen of weinig tekenen die erop kunnen wijzen dat het daadwerkelijk bewoond is. Naar analogie met de bewoonde panden slaat de nieuwe strafbaarstelling zowel op onroerende goederen als op bepaalde roerende goederen die voor bewoning dienen.

Art. 442/1 Sw. omvat een klachtmisdrijf. Het binnendringen en bezetten van en het verblijven in een onbewoond pand kan alleen worden vervolgd op klacht van een persoon die houder is van een titel of een recht op het betrokken goed. In tegenstelling tot bewoonde panden is de wetgever van mening dat het betreden van een leegstaand pand niet onmiddellijk de rust of het gebruik van de rechthebbende ernstig verstoort. Als de indiener zijn klacht intrekt, zal dat de strafprocedure dan ook beëindigen.

De titularis van een recht of titel op het betrokken goed moet dus het initiatief nemen. Hij kan dat via de strafrechtelijke procedure door een klacht in te dienen en kan aan de procureur des Konings vragen een bevel tot uithuiszetting uit te vaardigen. De titularis kan echter ook nog steeds via de burgerlijke procedure een verzoekschrift tot uithuiszetting indienen bij de vrederechter.

In geval van een klacht geeft de procureur des Konings de Lokale Politie de opdracht om het pand te controleren en alle personen die zich in het pand bevinden te identificeren. Als er ernstige aanwijzingen zijn dat het (onbewoonde) pand effectief onrechtmatig wordt bezet, kan de politie binnendringen in het pand in het kader van de procedure met betrekking tot de ontdekking op heterdaad. Er wordt aan de bezetters meegedeeld dat ze het pand binnen de twee uren moeten verlaten, en dat, indien dat niet gebeurt, de procureur des Konings zal worden verzocht een bevel tot ontruiming uit te vaardigen.

Uithuiszetting en ontruiming


Krachtens de wet van 18 oktober 2017 bestaan er twee parallel lopende procedures om de bezetting van gekraakte panden te beëindigen: het bevel tot uithuiszetting van de vrederechter en het bevel tot ontruiming van de procureur des Konings.

Het vonnis tot uithuiszetting (art. 1344octies e.v. Ger.W.):

  • De vrederechter kan een vonnis tot uithuiszetting vellen ongeacht of het pand al dan niet bewoond is.
  • De tenuitvoerlegging van de uithuiszetting vindt plaats vanaf de achtste dag volgend op de betekening van het vonnis behoudens uitzonderlijke, ernstige omstandigheden. In dat geval legt de rechter de termijn vast, rekening houdend met de belangen van de partijen.
  • De gerechtsdeurwaarder brengt de persoon die zonder recht of titel de plaats betrekt minstens vijf werkdagen van tevoren op de hoogte van de datum van uithuiszetting.
  • Art. 442/1, §2 Sw. bepaalt de strafmaat voor diegene die binnen de vastgestelde termijn geen gevolg geeft aan het uithuiszettingsvonnis

Het bevel tot ontruiming (wet van 18 oktober 2017, hoofdstuk 4):

  • Tijdens de parlementaire werkzaamheden werd benadrukt dat de strafrechtelijke procedure moet worden voorbehouden voor de meest ernstige gevallen.
  • De procureur des Konings kan dat bevel enkel uitvaardigen als er een klacht wordt ingediend en in de gevallen vermeld in artikel 442/1, §1 Sw., met andere woorden enkel in het geval van onbewoonde panden.
  • De procureur des Konings hoort vooraf de in het goed aangetroffen personen met betrekking tot de contextuele elementen van de zaak, tenzij dat niet mogelijk is omwille van concrete omstandigheden.
  • De tenuitvoerlegging vindt plaats vanaf de achtste dag volgend op de kennisgeving aan de in het goed aangetroffen persoon. Die termijn kan niet aangepast worden.
  • De politie plakt het bevel tot ontruiming aan het betrokken goed en stelt een proces-verbaal van kennisgeving op.
  • Beroep kan ingesteld worden tegen die beslissing bij een met redenen omkleed verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie van het vredegerecht en binnen een termijn van acht dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van het bevel. De zitting vindt plaats binnen de tien dagen na de neerlegging van het verzoekschrift. Behoudens andersluidende bepalingen verloopt de procedure zoals bepaald in art. 1344octies e.v. Ger. W. De vrederechter spreekt zich binnen een termijn van tien dagen volgend op de zitting uit. De procureur des Konings is niet wettelijk verplicht om de zitting bij te wonen, maar zal de nieuwe termijn die de vrederechter eventueel heeft vastgelegd voor de ontruiming strikt opvolgen.
  • Naar analogie met het vonnis tot uithuiszetting bepaalt art. 442/1, §2 Sw. de strafmaat voor diegene die binnen de vastgestelde termijn geen gevolg geeft aan het uithuiszettingsvonnis.

Nog vragen ?


Image
Crimilex strafrechtadvocaten bvba

Broedersstraat 4
2300 Turnhout
BE05 63397 6211

© 2018 Crimilex Strafrechtadvocaten