Nieuws over het Belgisch strafrecht

Weg met de polygraaftest

In de juristenkrant van 6 december 2017 verscheen een artikel van Meester Vosters over de gevaren van de polygraaftest.


Het blijft advocaat Bart Vosters verbazen hoeveel advocaten er geen graten zien in de deelname van hun cliënt aan de polygraaftest. Om onheil te voorkomen zou het goed zijn mochten de advocaten tijdens hun opleiding gewezen worden op de gevaren van de polygraaf. Maar beter nog zou zijn de test bij wet te verbieden wegens te onbetrouwbaar.

Neem nu de zaak rond de moord op Sofie Muylle. Het is onbegrijpelijk dat de verdediging van de Poolse verdachte zonder enige nuancering in de pers komt meedelen dat de cliënt de test wil ondergaan om zijn onschuld aan te tonen. Ten eerste is het nog altijd niet aan de verdachte om zijn onschuld aan te tonen. Daarnaast kan zo’n test de hele verdediging op de helling zetten als de verdachte volgens het apparaat toch leugenachtige verklaringen zou hebben afgelegd. Waarom stemt een advocaat hiermee in? Is het onwetendheid? Is het onervarenheid in strafzaken? Is het omdat de polygraaf geen rechtstreekse bewijswaarde heeft en men daardoor de gevaren er niet van ziet? Is het omdat men de cliënt wijsmaakt dat als hij niks te verbergen heeft, de test enkel maar in zijn voordeel zal spelen? Wat er ook van zij, het zijn allemaal drogredenen en ze kunnen meer kwaad dan goed doen.

Advocaten zouden hun cliënten van bij de start van het onderzoek moeten verbieden mee te werken aan de polygraaf. En daarvoor zijn verschillende redenen.

Verkeerde conclusies

Ten eerste is een test met de leugendetector nooit 100 procent sluitend. Leugendetector is eigenlijk een verkeerde benaming. De polygraaf kan immers geen leugens detecteren, maar enkel bepaalde lichamelijke reacties optekenen bij de gegeven antwoorden.

Ik herinner mij nog een assisenproces in Brugge, waar een van de beschuldigden de test ook had ondergaan en aan de politieman werd gevraagd naar de accuraatheid van de polygraaf. Volgens de man moet men rekenen op een foutenmarge van slechts enkele procenten. En daar knelt natuurlijk al het schoentje. Zelfs bij 1 procent foutmarge zou niemand de test mogen ondergaan. Men zal maar als onschuldige aan de polygraaf worden onderworpen en net die ene procent zijn waarbij het mis loopt. De gevolgen kunnen verregaand zijn.

Internationaal onderzoek bevestigt trouwens dat de methoden die politiediensten gebruiken niet echt betrouwbaar zijn. Noch de controlevragentest noch de verborgeninformatietest leveren betrouwbare resultaten op. Bij de controlevragentest worden relevante vragen (die verwijzen naar het onderzochte misdrijf) afgewisseld met zogenaamde controlevragen. Aan de hand van bepaalde fysiologische reacties (hartslag, bloeddruk, transpiratie,…) zou dan kunnen worden afgeleid of men al dan niet leugenachtig op de vragen heeft geantwoord. Onderzoek toont aan dat minstens één à twee op de tien onschuldige personen toch als schuldig wordt aangeduid!

De verborgeninformatietest werkt anders en is accurater maar zeker niet sluitend. Bij die methode krijgt de verdachte bij elke vraag vijf mogelijke antwoorden. Men gaat dan kijken bij welke van de vijf antwoorden het lichaam reageert. Als dat antwoord overeenstemt met een feit uit het strafdossier, wijst dat op mogelijke voorkennis van de verdachte waardoor hij dus als eventuele dader gezien kan worden. Als zijn lichaam op de vraag naar het moordwapen bijvoorbeeld reageert bij het antwoord bijl en de moord werd met een bijl gepleegd, gaat men ervan uit dat hij mogelijk bij de moord betrokken is omdat hij anders niet zou hebben gereageerd op dat antwoord. Probleem is natuurlijk dat dit systeem tot verkeerde resultaten kan leiden als de verdachte al voorkennis had, doordat hij bijvoorbeeld via de media of een andere weg kennis had van het feit dat de moord met een bijl was gepleegd.

Ten tweede blijft het toch een probleem dat een positieve test boven het hele dossier blijft hangen, ook als de verdachte volhoudt dat hij onschuldig is. En hoewel de resultaten van de polygraaf niet als zelfstandig bewijs mogen worden gebruikt, zou het niet verbazen dat het bij vele rechters onbewust toch meespeelt. En dan mag men nog aannemen dat beroepsrechters de waarde van de polygraaf correct kunnen inschatten, maar bij een lekenjury voor het hof van assisen is dat toch een veel groter probleem. Het gevaar is zeer reëel dat die mensen de test wel als een doorslaggevend element laten doorwegen in hun besluitvorming en er dus een veel te grote waarde aan hechten.

Ten derde kan ook het weigeren van de test het dossier een negatieve bijklank geven. Hoe dikwijls worden we tijdens ondervragingen door de verbalisanten niet geconfronteerd met de mededeling: Waarom zou je niet meewerken aan de test? Je zegt dat je toch niks te verbergen hebt…. Met andere woorden: als je je medewerking weigert, heb je iets te verbergen. Er worden al te makkelijk verkeerde conclusies getrokken uit de houding van de verdachte tegenover de polygraaf. Bovendien kan het resultaat effect hebben op het al dan niet verrichten van bepaalde onderzoeksdaden omdat ze misschien minder relevant worden gevonden gezien de positieve uitslag van de test.

Ten slotte kan een positieve test voor een zeer vervelend na-effect zorgen dat de verdachte nog jaren kan achtervolgen. De polygraaf wordt immers vaak ingezet in dossiers zoals moord, doodslag en zedenfeiten. Vele van die dossiers krijgen heel wat aandacht in de media. En ook al wordt de verdachte vrijgesproken, voor heel wat mensen zal de twijfel over zijn onschuld blijven bestaan omdat ze gezien of gelezen hebben dat de test positief was en hem als leugenaar ontmaskerde.

Om onheil te voorkomen zou het dus goed zijn mochten de advocaten tijdens hun opleiding gewezen worden op de gevaren van de polygraaf. Maar beter nog zou zijn de test bij wet te verbieden wegens te onbetrouwbaar.

Image
Crimilex strafrechtadvocaten bvba

Broedersstraat 4
2300 Turnhout
BE05 63397 6211

© 2018 Crimilex Strafrechtadvocaten